Eiwit metabolisme

Eiwitten in onze voeding zijn onmisbaar voor een tal van belangrijke metabole processen: voor de opbouw van spieren, maken van transporteiwitten, enzymen en hormonen die een rol spelen in metabole processen, maken van antistoffen, aanmaak van nieuwe cellen, weefsels, etc. En een deel van de eiwitten kan ook gebruikt worden voor energie, doordat ze kunnen worden omgezet in glucose.

Eiwitten zijn opgebouwd uit 22 verschillende aminozuren. De volgorde van de aminozuren is voor elk eiwit uniek en altijd hetzelfde. Een andere volgorde levert een ander eiwit op. Sommige eiwitten bestaan uit slecht enkele aminozuren en andere eiwitten bestaan uit meer dan duizend aminozuren. Door de volgorde en het aantal aminozuren te variëren kan er bijna een oneindig aantal verschillende eiwitten worden gemaakt.

Van de 22 aminozuren kunnen we er slechts 13 zelf kunnen maken. De overige 9 kunnen we niet zelf maken en zijn essentiële aminozuren, we moeten ze dus via de voeding binnen zien te krijgen. Daarnaast zijn er 6 aminozuren waar we in sommige omstandigheden (ziekte, ouderdom) niet genoeg van kunnen maken; dat zijn semi-essentiële aminozuren.

Voldoende eiwitten in de voeding met een grote variatie, uit plantaardige en dierlijke oorsprong, is van groot belang om alle essentiële en semi-essentiële aminozuren binnen te krijgen en optimaal gezond te blijven. Er zijn situaties denkbaar dat de behoefte aan eiwitten groter is dan normaal: bij zware lichamelijke arbeid, intensief sporten, chronische ziekten, herstel na ziekte, ouder worden. Echter een te hoge eiwit inname terwijl het lichaam er geen behoefte aan heeft is schadelijk voor de gezondheid. Een perfecte afstemming is dus gewenst.

Als eiwitten worden afgebroken, omdat er teveel zijn binnen gekomen via de voeding of teveel worden afgebroken, wordt er meer ureum gemaakt; het afvalproduct bij aminozuur afbraak. Als er tegelijkertijd ook sprake is van verzuring (zie hieronder) dan ontstaat er naast ureum ook ammonium (NH4), wat ook leidt tot verlies van het aminozuur glutamine. Zowel ureum als ammonium worden effectief dor de nieren uitgescheiden in de urine. Deze afval producten worden dan ook in de urine gemeten. Als spiereiwitten worden afgebroken, bijvoorbeeld na sporten, arbeid, stress, trauma dan ontstaat er creatine kinase (CK). Als er meer dan genoeg energie is, wat meestal het geval is bij MetS, IR, stress en een hoge eiwit inname, worden sommige aminozuren niet goed afgebroken: dat zijn de vertakte keten aminozuren (BCAA).

Als we weinig spiermassa hebben is er ook minder eiwit nodig om dit te onderhouden; de hoeveelheid spiermassa kunnen we (deels) aflezen aan de hoeveelheid kreatinine in het bloed. Als aminozuren worden omgezet in pyruvaat en gebruikt worden voor energie dan worden twee enzymen in verhoogde concentratie aangemaakt: alanine aminotransferase (ALT) en asparagine aminotransferase (AST).

Door gelijktijdig alle bovengenoemde stoffen te meten in bloed en urine krijgen we een volledig overzicht van het eiwit en energie metabolisme. Ook hier maken we weer gebruik van de schildklier hormonen (TSH, FT3, FT4 en rT3) als indirecte maat voor de energie status.