Vet metabolisme
De belangrijkste vetten in ons lichaam zijn cholesterol en triglyceriden. Deze vetten zijn niet oplosbaar in water en bloed. Ze zijn daarom verpakt in bolletjes (cellen) die wel oplosbaar zijn in bloed; de bolletjes zijn de zogenaamde lipoproteïnes. Cholesterol is verpakt in high density lipoproteïne (HDL) en low density lipoproteïne (LDL). Triglyceride (TG) is verpakt in very low density lipoproteine (VLDL) en chylomicronen. De grootte van deze bolletje varieert van ongeveer 10 nm (HDL) tot …..??
Voor cholesterol is de verpakking belangrijk, omdat het cholesterol in HDL (HDL-C) wordt gezien als het ‘goede cholesterol’ en het cholesterol in LDL (LDL-C) het ‘slechte cholesterol’. Dat is wel iets genuanceerder, want ook LDL-C heeft een nuttige functie. Maar LDL-C kan onderhevig zijn aan oxidatie, en juist het geoxideerde LDL-C is zeer schadelijk. Omdat we gelijktijdig een totaal redox profiel (zie redox metabolisme) meten, kunnen we een inschatting maken van de mate van LDL-C oxidatie. Bij een lage oxidatie status is een licht verhoogde LDL-C niet zo schadelijk, terwijl bij een hoge oxidatie status dat juist wel het geval is.
Verder zijn juist de kleine LDL deeltjes schadelijk, het zogenaamde high-density LDL-lipoproteïne. Aangezien elk LDL deeltje één Apo-B100 eiwit bevat is er bij een overmaat aan kleine LDL deeltjes (verhoogd LDL-cholesterol) ook een overmaat aan Apo-B100 aanwezig. Terwijl bij dezelfde LDL-cholesterol concentratie afkomstig van grote LDL deeltjes juist een normaal Apo-B laat zien. Daarnaast wordt steeds meer duidelijk dan IDL en VLDL remnants ook fors pro-athrogeen zijn. Beide lipoproteïnes bevatten Apo-B100. Bepaling van apo-B100 naast het conventionele lipidenprofiel geeft een veel betere risicoschatting voor hart- en vaatziekten.
Bij insuline resistentie (zie koolhydraat metabolisme) ontstaat er een typische ontregeling in het vet metabolisme met verhoogde triglyceride (TG) concentraties en verlaagde HDL-C. Deze verstoring in vet metabolisme (verhoogde TG/HDL-C verhouding) heeft een belangrijke relatie met vetopslag in de buikholte (visceraal vetweefsel), wat gepaard gaat met veel nadelige gezondheidseffecten: overgewicht, hoge oxidatie status met verhoogde hsCRP waarde, hoge bloeddruk, laag testosteron bij mannen en hoog testosteron bij vrouwen (met risico op PCOS). Dit geheel van ontregelingen heet ook wel het metabool syndroom (MetS). Metabool syndroom is de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van ernstige ziekte bij een corona infectie (COVID-19). En ook voor ontstaan van hart en vaatziekte en vele andere chronische ziekten. Door combinatie met andere metabole verstoringen (zie hieronder) neemt het risico op ontstaan van ziekte fors toe.
Door meting van glucose, insuline, TC, HDL-C, LDL-C, TG, Apo-B, hsCRP, urinezuur, GGT en andere oxidatie parameters maken we een nauwkeurige risicoschatting voor de aanwezigheid van MetS en de ernst ervan. Alleen overgewicht is geen goede maatgever; sommige mensen hebben wel overgewicht maar zijn metabool gezond, terwijl anderen met slechts een ‘klein buikje’ metabool zeer ongezond zijn. De metabole status is veel belangrijker dan het hebben van enig overgewicht.
Bijzonder genoeg is het eten van teveel koolhydraten bij een overmaat aan calorieën een belangrijkere oorzaak voor ontregeling van het vet metabolisme dan het eten van vet voedsel. Vooral het verminderen van snelle koolhydraten en verhogen van gezonde omega-3 vetzuren uit plantaardige olie is een essentieel onderdeel van gezonde voeding.